Naar de inhoud
Gratis aan de slag
← Alle artikelen

Hoe lees je een tegenstander bij taekwondo vóór de revanche?

14 min. leestijd
Hoe lees je een tegenstander bij taekwondo vóór de revanche?
In dit artikel

Elke keer dat je instapte, kreeg je een cut kick op je pantser. Dat weet je na de partij nog wel. Waarmee je tegenstander daarna scoorde, en in welke ronde, ben je een paar dagen later vaak kwijt.

Toch tref je zo iemand nogal eens opnieuw. Binnen je gewichtsklasse kan dat op een districtskampioenschap zijn, op een open toernooi of op het NK. Met je sparringpartner van de club sta je volgende week gewoon weer op de mat.

Wie zijn tegenstander wil lezen, stelt zichzelf na de partij een paar vaste vragen:

  • Met welk been staat hij voor, en wanneer wisselt hij?
  • Op welke afstand wil hij vechten, waar op de mat, en wat doet hij met zijn voorste been?
  • Valt hij aan of wacht hij op jouw trap?
  • Waarmee scoorde hij echt?
  • Wat ging er aan zijn trappen naar het hoofd vooraf, en wat deed hij op korte afstand?
  • Wat veranderde er per ronde?

Noteer de antwoorden kort in een tegenstandersboek. Dan heb je een plan klaar voor de revanche, of voor de volgende keer dat jullie op de club tegenover elkaar staan.

Het gaat hier om sparren volgens de WT-regels, dus om het olympische taekwondo. Ook de vier studies in dit artikel gaan allemaal over WT-wedstrijden.

Wat zeggen die vier studies?

Alle vier zijn observatiestudies; ze laten samenhang zien, maar tonen geen oorzaak aan.

Cristina Menescardi van de Universiteit van Valencia en haar collega’s analyseerden alle 151 partijen van het olympische taekwondotoernooi van Londen 2012 en zagen dat ongeveer 94 procent van de aanvallende acties niets opleverde (Journal of Human Sport and Exercise, 2021). De anticiperende counter, waarbij je al trapt terwijl de ander zijn knie nog optilt, hing het sterkst samen met scoren, maar werd zelden gebruikt.

Het ging om één toptoernooi onder de regels van 2012, toen hoekscheidsrechters de punten voor trappen naar het hoofd toekenden; stoten zijn niet geanalyseerd.

Menescardi deed al eerder onderzoek, toen nog bij de Katholieke Universiteit van Valencia en de Universiteit van Málaga. In 169 partijen op een nationaal universiteitskampioenschap vielen de winnaars minder vaak aan dan de verliezers en counterden ze vaker (Journal of Strength and Conditioning Research, 2015). Daaruit volgt niet dat counteren tot winst leidt, want wie voorstaat, kan ook gewoon afwachten.

Minsoo Jeon van de Dankook University en Hyosung Lim van de Anyang University in Zuid-Korea bekeken 272 partijen bij de vrouwen op het WK van 2022 in Guadalajara, gevochten als best of three (BMC Sports Science, Medicine and Rehabilitation, 2024). Winnaars trapten niet vaker dan verliezers, maar scoorden wel vaker, op het pantser én op het hoofd, vanuit een aanval en vanuit een counter. Het gaat alleen om vrouwen, op één toptoernooi.

Yun Ho Kim van de Sangmyung University in Seoel en zijn collega’s analyseerden 382 partijen van het WK en de Grand Prix van 2023, ook best of three (International Journal of Sports Science & Coaching, 2025). Ruim 70 procent daarvan was na twee ronden beslist. Bij mannen en vrouwen hing het als eerste scoren sterk samen met het winnen van ronden, maar dat kan ook komen doordat de sterkere vechter vaak als eerste scoort.

Voor je notities leiden wij daar drie dingen uit af:

  • Hoeveel iemand trapt, zegt weinig; wat telt, is waarmee hij scoorde.
  • Let op wanneer hij countert.
  • Omdat de meeste partijen al na twee ronden beslist zijn, is het begin van elke ronde een eigen regel waard.

Met welk been staat hij voor?

Bovenaan de pagina komt zijn stand, links of rechts voor, en direct daarnaast de jouwe. Het gaat om de combinatie – staan jullie met hetzelfde been voor of niet? Noteer per combinatie welke trappen hij gebruikte.

Let ook op wissels. Wisselde hij van stand vlak voor een aanval, nadat jij had gescoord, bij de grenslijn, of pas in de laatste seconden van een ronde? Schrijf op wanneer het gebeurde en wat erop volgde. Wat je in één partij zag, kan de volgende keer anders zijn. Staat hij bij een volgende ontmoeting met het andere been voor, schrap de oude regel dan niet en zet de nieuwe stand eronder.

Wat leverde echt punten op?

Noteer bij elke score tegen je wat er gebeurde.

  • Was het een dollyo, een achterwaartse trap, een gedraaide trap of een stoot?
  • Met het voorste of het achterste been?
  • Op het pantser of op het hoofd?
  • Scoorde hij vanuit een aanval of vanuit een counter, en hoe stonden jullie toen ten opzichte van elkaar?

Zet er ook bij waarmee jij scoorde.

Waar en op welke afstand vecht hij?

Wil hij op afstand blijven, of zoekt hij juist de korte afstand? Hoe stapt hij in, en hoe maakt hij daarna weer afstand? Blijft hij in het midden van de mat, of vecht hij liever vanaf de rand? En wat doet hij als hij bij de grenslijn komt?

  • Stapt hij eroverheen?
  • Schuift hij langs de lijn?
  • Komt hij terug naar het midden?

Kijk ook of hij jou naar die lijn probeert te drijven.

Dan zijn voorste been. Zet hij het vooral in als cut kick, om je tegen te houden zodra je instapt? Of scoort hij er ook mee, bijvoorbeeld met een dollyo van het voorste been? Belangrijker dan die trap zelf is wat erop volgt. Komt er een tweede trap, stapt hij weg, of wacht hij op jouw reactie?

De voorste voet van een vechter, in een witte voetbeschermer, drukt tegen het rode pantser van een tegenstander die instapt.
Houdt je tegenstander je elke keer met een cut kick tegen als je instapt, schrijf dan op wat hij daarna doet.

Valt hij aan, of wacht hij op jouw trap?

Begint hij zelf de uitwisselingen, of laat hij jou eerst iets doen? En als hij countert, wanneer dan?

  • al terwijl jij je knie optilt
  • tegelijk met jouw trap
  • pas daarna, bijvoorbeeld met een achterwaartse trap

Op welke van jouw aanvallen kwam die counter, en waarmee? Kijk ook of dat tegen het eind van de partij veranderde.

Wanneer gaat hij naar het hoofd, en wat doet hij op korte afstand?

Bij een trap naar het hoofd is de opbouw interessanter dan de trap zelf. Ging hij naar het hoofd na een wissel van stand, na een cut kick, of vanaf korte afstand? En wat deed jij op dat moment? Stapte je in, tilde je je knie op, of liet je een hand zakken?

Kijk ook naar de momenten waarop jullie dicht op elkaar stonden. Gebruikte hij stoten of korte trappen, duwde hij, of hield hij vast? En hoe kwam hij daar weer uit?

Wie scoort het eerst, en wat verandert er daarna?

Schrijf per ronde op:

  • wie het eerst scoorde en hoe hij de ronde opende
  • wat er veranderde nadat hij een ronde had gewonnen of verloren
  • wat hij in de laatste seconden deed, met een voorsprong of een achterstand
  • welke gam-jeoms hij kreeg, en welke hij bij jou uitlokte
  • wat je coach tussen de ronden zei, als je het nog weet

Houd het bij wat hij deed. ‘Bleef in de derde ronde aan de rand en trapte alleen nog cut kicks’ kun je bij de volgende ontmoeting nagaan; hoe hij zich voelde, kun je alleen raden. Zet de omgeroepen uitslag erbij – in ronden, bijvoorbeeld 2–1, of in punten als er nog met de oude telling werd gevochten. Puntwaarden en artikelnummers laat je weg; het reglement wordt geregeld aangepast, en dan klopt je notitie niet meer.

Waar werd jij gepakt?

Schrijf ook op wat jij deed.

  • Op welke momenten werd je geraakt?
  • Welke aanval bleef je herhalen, ook toen je er steeds voor werd afgestraft?
  • Was er een moment waarop je wél scoorde?

Juist die ene treffer spreekt je eerste indruk tegen. Zet hem erbij, ook als de partij kansloos aanvoelde.

Geef bij elke regel aan of je het zelf zag, op video terugzag of van je coach hoorde. Wat je niet meer weet, laat je open. Verzin geen aantallen of percentages – ‘vier keer’ geloof je over een maand zelf, ook als het een gok was.

Zag je iets in twee partijen, dan is het een vermoeden dat je nog moet toetsen. Schrijf er ook bij wat ertegen pleit. Heeft iemand gefilmd, bekijk de beelden dan eerst en maak de pagina pas daarna af. Het onderzoek naar hoe snel sporters vergeten noemt geen vaste termijn waarna je een partij kwijt bent. Wacht er dus niet mee.

Vier patronen en wat je ertegen kunt testen

Een vermoeden kun je toetsen. Herken je in je notities een van de vier patronen hieronder, bespreek dan met je coach de ideeën die erbij staan. Probeer ze eerst uit op de trapflappen en daarna in een sparringtraining onder begeleiding. Of ze tegen jouw tegenstander werken, blijkt pas als je weer tegenover hem staat.

Hij houdt je tegen met zijn voorste been. Steeds als jij instapt, trapt hij je met een cut kick op het pantser. Probeer die cut kick uit te lokken met een halve stap of een schijnbeweging, en val aan als zijn been weer neerkomt. Of kom eerst zo dichtbij dat hij geen ruimte meer heeft voor die cut kick, en trap pas daarna. Laat het idee varen als hij stopt met cut kicks en alleen nog countert, of als zijn cut kick je toch tegenhoudt.

Hij wacht af en countert. Hij begint zelden zelf en beantwoordt je aanvallen met een achterwaartse trap, een gedraaide trap of een dollyo als counter. Misschien kun je die counter uitlokken met een schijnbeweging of een trap die je niet helemaal afmaakt; val dan aan zodra zijn counter voorbij is. Of val niet meer recht door het midden aan met je achterste been, maar met snellere trappen van je voorste been. Stop ermee als hij niet meer op je schijnbeweging reageert, of als zijn counter toch raak is.

Hij drijft je naar de grenslijn. Hij blijft naar voren lopen en maakt de afstand klein, tot je met je rug bij de lijn staat. Probeer al te trappen zodra hij instapt, met je eigen voorste been of met een counter. Of stap schuin weg in plaats van recht achteruit. Stop ermee als je toch bij de lijn uitkomt, of als je gam-jeoms begint te krijgen.

Zijn trap naar het hoofd heeft een herkenbare opbouw. Hij gaat naar het hoofd na een wissel van stand of na een cut kick, vaak op het moment dat jouw achterste hand zakt terwijl je je knie optilt. Gebruik die wissel of die cut kick als signaal – houd je achterste hand hoog als je knie omhooggaat, of val zelf aan op het moment dat hij wisselt. Houd ermee op als zijn trap naar het hoofd uit een andere opbouw komt, of als je zelf bijna niet meer aanvalt.

Kies voor de volgende partij één of twee van deze ideeën, en alleen tegen patronen die je echt in je notities terugziet. Eén partij geeft je een vermoeden; of hij altijd zo vecht, weet je daarmee nog niet. In het verzonnen voorbeeld verderop zie je er twee uitgewerkt.

Wat komt er op de pagina?

Wat wij aanraden, is na elke partij drie vragen te beantwoorden – ‘Wat werkte?’, ‘Wat werkte niet?’ en ‘Wat probeer je de volgende keer?’ Bij elke vecht- of racketsport zijn die drie wat ons betreft het belangrijkst. De eerste twee velden, context en tegenstander, bevatten de details waarop je antwoorden gebaseerd zijn.

Of het bijhouden van notities in het taekwondo betere resultaten oplevert, is in geen van de vier studies getest. Ook kan geen ervan zeggen hoe een bepaalde tegenstander gaat vechten.

Context. Welk toernooi en welke fase, bijvoorbeeld de kwartfinale, of een sparringtraining op de club. Tegenstander, gewichtsklasse en het voorste been van jullie allebei. De omgeroepen uitslag. Waar de gegevens vandaan komen.

De tegenstander. Voorste been en wissels, de afstand die hij zocht, midden of rand, wat er bij de grenslijn gebeurde. Waarmee hij begon en hoe hij counterde. Waarmee hij tegen je scoorde (techniek, been, pantser of hoofd). Wat er aan zijn trappen naar het hoofd voorafging, en wat hij op korte afstand deed. Per ronde wie het eerst scoorde en wat er daarna veranderde. Gam-jeoms.

Wat werkte? Waarmee je wél scoorde en wat verder lukte, al was het maar één keer.

Wat werkte niet? Waar je gepakt werd en welke aanval je bleef herhalen.

Wat probeer je de volgende keer? Twee aanpassingen, en voor allebei het moment waarop je ermee stopt.

Je bent niet aan twee gebonden, maar meestal volstaan één of twee aanpassingen per partij. Een langer lijstje maakt het al ingewikkeld voordat je de mat op stapt. Een veld mag leeg blijven, en ‘weet ik niet zeker’ is ook een antwoord.

Een pin op de tekening in de app of een stip op een eigen schets van de wedstrijdruimte heeft een paar woorden nodig over wat er op die plek gebeurde. Zonder die woorden weet je na een maand niet meer waarom hij daar staat.

Een taekwondoka in een witte dobok zit op de mat en schrijft in een notitieboekje op de knie, naast een rood pantser en een rode hoofdbeschermer.
Schrijf het op zolang de partij nog vers in je geheugen ligt – waarmee je tegenstander scoorde, en twee aanpassingen voor de volgende keer.

Een verzonnen kwartfinale

De partij hieronder heeft nooit plaatsgevonden; ze dient alleen als voorbeeld van zo’n pagina. Er zitten geen gebruikersgegevens uit de app of onderzoeksgegevens in.

Context: districtskampioenschap, kwartfinale tegen Merel, best of three. We hebben één keer eerder gespard, toen haar club bij ons kwam trainen. Zij links voor, ik rechts voor, dus tegengestelde standen. Bronnen: mijn geheugen, wat mijn coach tussen de ronden zei, en de telefoonbeelden van ronde twee en drie die Maud van onze club maakte. Geen trappen geteld. Uitslag: 2–1 in ronden voor Merel.

De tegenstander: de eerste ronde ging naar Merel. Elke keer dat ik instapte, kreeg ik haar cut kick op mijn pantser. Toen ik recht door het midden aanviel met een dollyo van mijn achterste been, counterde ze met een achterwaartse trap en scoorde ze. Ook de derde ronde was voor haar. Ze scoorde als eerste – na een wissel van stand trapte ze meteen naar mijn hoofd. Op dat moment tilde ik mijn knie op en liet ik mijn achterste hand zakken. De rest van de ronde hield ze me met cut kicks op afstand. Als ik haar naar de grenslijn drong, schoof ze langs de lijn terug naar het midden in plaats van eroverheen te stappen.

Wat werkte: de tweede ronde won ik. Ik kwam eerst dichtbij en trapte pas daarna. Zo scoorde ik met stoten en een korte trap op haar pantser, en daar deed haar cut kick niets tegen. Ze is dus wel degelijk te raken.

Wat werkte niet: ik viel steeds weer recht door het midden aan met mijn achterste been, en daar wachtte zij met haar achterwaartse trap. En mijn achterste hand ging elke keer omlaag zodra mijn knie omhoogkwam.

Volgende keer:

Aanpassing A – de cut kick uitlokken. Niet meer recht door het midden aanvallen. Met een halve stap haar cut kick uitlokken en aanvallen op het moment dat haar been weer neerkomt. Laten vallen als ze stopt met cut kicks en alleen nog wacht om met een achterwaartse trap te counteren, of als ik pas na haar cut kick aanval en haar achterwaartse trap toch raak is.

Aanpassing B – vroeg dichtbij. In elke ronde vroeg naar korte afstand gaan, zoals in de tweede ronde. Laten vallen als ze langs de lijn wegschuift voordat ik dichtbij ben, of als ik op korte afstand gam-jeoms begin te krijgen voor duwen of vasthouden.

Bespreek beide aanpassingen met je coach, vóór je volgende partij tegen Merel. Oefen ze daarna op de trapflappen en in een sparringtraining onder begeleiding, tegen een partner die Merels cut kick en haar counter met de achterwaartse trap nadoet. Werk daar ook aan het hooghouden van je achterste hand als je knie omhoogkomt.

Vul de pagina na die partij aan. De paar uitwisselingen die je nog weet, vertellen je waar je op moet letten. Ze zeggen niet hoe waarschijnlijk het is dat Merel het weer doet.

Met de pagina naar de training

Kijk vlak voor de volgende ontmoeting nog even naar je pagina. Na een paar uitwisselingen weet je of hij nog vecht zoals je opschreef. Stel je plan bij als hij nu met het andere been voor staat, in een andere gewichtsklasse uitkomt of heel anders vecht. Dat geldt ook als je je eigen aanval niet zo uitgevoerd krijgt als je had bedacht.

Laat de pagina ook aan je coach of trainer zien. Kies samen waar jullie aan gaan werken, en bedenk er een concrete oefening op de trapflappen bij, of een vraag voor het sparren onder begeleiding – bijvoorbeeld wat je doet tegen iemand die je steeds naar de grenslijn drijft.

Een trainingspartner kan een gewoonte van je tegenstander nadoen, zoals een cut kick met het voorste been of een counter met de achterwaartse trap. Uit onderzoek naar reflectie bij sporters blijkt dat reflectie samengaat met een hoger prestatieniveau. Dat je door te schrijven vaker wint, blijkt er niet uit.

Voor taekwondo heeft OpponentBook een tekening van de achthoekige wedstrijdruimte. Daarop kun je overal pins zetten. Elke pin markeer je als ‘Werkte’, ‘Werkte niet’, ‘Gevaarlijk’ of ‘Neiging’, met een notitie erbij. Het profiel van een tegenstander heeft optionele velden voor ‘Stijl’ (WT of ITF), ‘Gewichtsklasse’, ‘Band / graad’, ‘Stand’ (links voor, rechts voor of wisselend) en ‘Scorende technieken van de tegenstander’. Ook stijltags zoals ‘Countertrapper’ of ‘Beheerst de afstand met de cut kick’ kun je eraan toevoegen. Het hele tegenstandersboek is gratis.

Wat je synchroniseert, komt in de cloudopslag die je zelf hebt gekoppeld; in de accountdatabase van OpponentBook staat geen kopie van je boek. Start je zelf een AI-functie, dan gaat de inhoud die daarvoor nodig is via een server van OpponentBook naar een externe AI-aanbieder. Zet je de optionele end-to-end-versleuteling (E2EE) aan, dan kan je opslagprovider je versleutelde notities niet lezen. Foto’s en video’s vallen daar niet onder, en ook niet de bestandsmetadata die de opslagprovider kan zien. Meer daarover lees je in het artikel over opslag, AI en versleuteling.

Haal je laatste partij of sparringtraining vanavond nog eens voor de geest – waarmee scoorde je tegenstander, en wat deed hij elke keer dat jij instapte? Schrijf dat eerst op, met daaronder wat voor jou werkte, wat niet en welke twee dingen je de volgende keer gaat testen.

Verder lezen

Houd je eigen boek bij

OpponentBook is voor altijd gratis, in je eigen opslag.

Gratis aan de slag