Tactiek bij worstelen: wat noteer je over een tegenstander?

In dit artikel
Sommige worstelaars verliezen een heel seizoen op dezelfde manier. Ze worden telkens met dezelfde single leg naar de mat gebracht, trekken in het handgevecht steeds aan het kortste eind of worden keer op keer met dezelfde gut wrench doorgerold. Meer uren op de mat lossen dat niet altijd vanzelf op.
Als je het ons vraagt, kun je weinig beters doen voor je tactiek dan na elke partij even terugkijken en opschrijven wat je ervan leerde.
Een tegenstandersboek is precies daarvoor bedoeld. Je houdt het bij op papier of in een app als OpponentBook, en elke worstelaar die je tegenkomt, krijgt er een eigen pagina in. Na elke partij tegen hem schrijf je er een paar notities bij. Voordat je hem opnieuw treft, lees je ze terug.
Wat op zo’n pagina het meest telt, zijn drie antwoorden. Wat werkte er voor jou? Wat werkte niet? En wat doe je in jullie volgende partij? Daaromheen noteer je net genoeg over je tegenstander om die antwoorden maanden later nog te begrijpen – hoe hij staat, waar hij naar grijpt, waarmee hij aanvalt en wat hij in par terre doet.
In het worstelen is een tweede partij tegen dezelfde worstelaar heel gewoon. Een worstelaar die je op een open toernooi tegenkwam, komt op de volgende competitiedag of op het NK gewoon weer in jouw gewichtsklasse uit, en een clubgenoot staat elke week in de oefenpartijen tegenover je. Wat volgt, zijn onze suggesties – waar je bij een tegenstander op let, en wat je daarvan opschrijft.
Welke drie dingen noteer je na elke partij?
Noteer na elke partij wat werkte, wat niet werkte en wat je de volgende keer doet – dat is onze aanbeveling. Wij zien die drie als het belangrijkste wat je kunt vastleggen, bij worstelen en net zo goed bij elke andere vecht- of racketsport. Het wedstrijdformulier van OpponentBook stelt dezelfde drie vragen, onder ‘Wat werkte’, ‘Wat niet werkte’ en ‘Volgende keer’.
- Wat werkte. Alles waarmee je scoorde of uit de problemen bleef, ook als het maar één keer lukte. Voorbeeld: ‘Als ik als eerste zijn polsen had, kwam hij niet aan de collar tie. Mijn single leg op zijn voorste been leverde een takedown op.’
- Wat niet werkte. Hoe hij tegen je scoorde – met een takedown, door je op de grond door te rollen of doordat hij je buiten de cirkel duwde. Voorbeeld: ‘Ik greep van te ver naar de collar tie, en hij schoot eronderdoor met een single leg.’
- Volgende keer. Eén of twee dingen voor jullie volgende treffen. Dat kan iets zijn wat je anders wilt doen, of iets wat goed ging en wat je wilt herhalen. Voorbeeld: ‘Eerst zijn polsen pakken, voordat hij de collar tie heeft. Ermee stoppen als hij niet meer vastpakt en meteen schiet.’
Hoeveel je er bij ‘Volgende keer’ zet, mag je zelf weten. Meestal heb je aan één of twee genoeg. Met een hele rij voornemens is je plan al overladen voordat de partij begint.
Hoe staat hij, en waar grijpt hij naar?
Begin met zijn stand – parallel of versprongen, met links of rechts voor. Kijk ook of hij anders ging staan bij een aanval, bij een voorsprong of tegen het eind. Zet je eigen voorste kant erbij als het uitmaakt of jullie met dezelfde kant voor staan. Wat je in één partij zag, laat zien hoe hij die dag stond; of hij altijd zo staat, weet je nog niet.
Dan het handgevecht. Waar greep hij als eerste naar?
- je polsen
- een collar tie
- een underhook of een overhook
- een two-on-one of een arm drag
- in Grieks-Romeins ook een over-under of een body lock
En wat deed hij zodra hij die greep had? De ene worstelaar gebruikt de collar tie om je hoofd naar beneden te trekken en door te gaan naar een front headlock. De andere houdt de greep vast terwijl hij een beenaanval voorbereidt. Schrijf ook op of hij jouw grepen losmaakte of je ze liet houden.
Waarmee valt hij aan, en wanneer?
Zet zijn aanvallen op een rij. In vrije stijl zijn dat meestal beenaanvallen – een single leg, een double leg, een high crotch of een ankle pick. In Grieks-Romeins mag je niet onder de heup vastpakken en je benen niet gebruiken om aan te vallen. Daar let je dus op arm drags, body locks en worpen vanuit grepen om het bovenlichaam.
Noteer bij elke aanval:
- de opzet: een snap-down, een schijnbeweging of een level change – of geen opzet, als hij rechtstreeks van afstand inschoot
- de kant: naar welke kant van jou, en bij een beenaanval of het om je voorste of je achterste been ging
- het moment: vroeg in de partij, na de pauze of in de laatste minuut
Zet er ook bij welke aanvallen echt punten opleverden. Op iemand die tien keer schiet en één keer afmaakt, bereid je je anders voor dan op iemand die twee keer schiet en twee keer scoort.
Hoe verdedigt hij, en wat haalt hij uit jouw aanvallen?
Ga je eigen aanvallen langs. Waarop liep elke aanval vast?
- een sprawl
- een whizzer
- afblokken met de handen (down block)
- een front headlock
- gewoon wegcirkelen
Nog nuttiger is wat hij zelf uit jouw aanvallen scoorde. Kwam hij achter je om (go-behind), had hij een counterworp, of rolde hij je vanuit een front headlock door? Zet bij elke aanval van jou de counter waarmee hij scoorde.
Ook de scrambles krijgen een regel. Wie kwam er bovenop, en wat deed hij in de scramble dat jij niet deed?
Wat gebeurt er aan de rand?
Noteer waar op de mat de partij zich afspeelde. Duwde hij je naar de rand, viel hij aan precies toen je daar aankwam, of cirkelde hij er juist van weg? Werkte hij zich na elke uitwisseling terug naar het midden? En wat deed hij toen jij hem naar de rand dreef?
In vrije stijl en Grieks-Romeins vallen er aan de rand ook punten. Schrijf een punt dat je daar weggaf dus net zo zorgvuldig op als een takedown.
Wat doet hij boven en onder in par terre?
Kijk op de grond eerst waarmee hij je doorrolde, en hoe moeilijk dat te stoppen was:
- een gut wrench
- een leg lace (ankle lace) in vrije stijl
- een lift in Grieks-Romeins
Dan de andere kant. Hoe stevig bleef hij onder op handen en knieën, en hoe kwam hij weer overeind of uit de greep?
Waar kwamen de punten vandaan?
Geef het scoren een eigen plek op de pagina, voor jullie allebei:
- elke takedown, en uit welke aanval die kwam
- punten aan de rand
- doorrollen en worpen
- passiviteitswaarschuwingen en strafpunten
Waarmee iemand punten pakte, vertelt je meer dan hoe vaak hij iets probeerde. Het is ook precies wat de studies verderop telden.
Dan het verloop. Wie scoorde het eerst? Wat veranderde je tegenstander zodra hij voorstond, of juist op achterstand kwam? Wat deed hij in de laatste minuut? Noteer bij elke passiviteitswaarschuwing wie hem kreeg en in welke periode. Weet je nog wat je coach in de pauze zei, zet het erbij.
Noteer de uitslag zoals die werd omgeroepen, bijvoorbeeld ‘verloren met 4–7 op punten’ of ‘op touché verloren in de tweede periode’. Een stand die je achteraf zelf reconstrueert, hoort er niet in.
Wat zeggen analyses van toptoernooien?
Alfonso Gutiérrez-Santiago van de Universiteit van Vigo en zijn collega’s gingen bij 127 partijen vrije stijl bij de mannen op het WK van 2019 na hoe de tijd werd besteed – staand, op de grond en in onderbrekingen (PLOS ONE, 2023). Het ging om drie gewichtsklassen: 65, 86 en 125 kg.
Ongeveer drie op de vier partijen eindigden pas in de laatste minuut, en de meeste duurden de volle zes minuten. Ongeveer drie kwart van de tijd worstelden ze staand. Het onderzoek beschrijft alleen hoe de tijd op één kampioenschap werd gebruikt; wie scoorde of won, zegt het niet.
Georgiy Korobeynikov van de Nationale Universiteit voor Lichamelijke Opvoeding en Sport van Oekraïne in Kyiv en zijn collega’s bekeken alle 703 partijen vrije stijl op het WK van 2023 in Belgrado, bij mannen en vrouwen (Health, Sport, Rehabilitation, 2025). Zowel winnaars als verliezers scoorden het vaakst met een beenaanval.
De winnaars, die gemiddeld zo’n 7 à 8 punten per partij haalden, maakten meer takedowns en rolden hun tegenstander vaker door op de grond. De verliezers bleven gemiddeld onder de 2 punten, en van hun scorende acties kwam een groter deel uit punten aan de rand, passiviteit en counters op de grond. Omdat winnaars per definitie meer scoren, beschrijft dit hen; het verklaart niet waarom ze wonnen.
Mujde Atici van de Kahramanmaraş Sütçü İmam-universiteit in Turkije en collega’s uit Turkije en Roemenië analyseerden 54 medaillepartijen op het EK van 2024 in Boekarest, in Grieks-Romeins, vrije stijl bij de mannen en vrouwenworstelen (Applied Sciences, 2025).
In Grieks-Romeins waren body locks en arm drags de meest voorkomende staande scores, en de gut wrench de meest voorkomende score op de grond. In vrije stijl bij de mannen was de single leg de meest voorkomende staande score. Een groot deel van alle scores kwam van de rand of uit passiviteit. Bij de mannen in vrije stijl was ongeveer één op de vijf scorende acties een punt aan de rand, en in Grieks-Romeins was 27,1 procent een passiviteitspunt. Per techniek gaat het om kleine aantallen.
Alle drie zijn observatiestudies van toptoernooien bij de senioren. Ze tonen geen oorzaak en gevolg aan, zeggen niets over hoe een tegenstander op de club worstelt, en geen ervan onderzocht of notities bijhouden je helpt winnen. Wat wij er voor de pagina uit halen:
- Omdat de meeste partijen tot het eind doorgaan, hoort in je notities ook wat hij na de pauze en in de laatste minuut deed.
- Het grootste deel van de pagina gaat over het staande werk, met een aparte regel voor de grond.
- Bij elk punt staan de techniek en de positie, staand of op de grond, en de rand en passiviteit krijgen een eigen regel.
Welke patronen kun je met je trainer voorbereiden?
Pas als je pagina iets oplevert om uit te proberen, heb je er echt wat aan. De vier patronen hieronder kom je bij het worstelen vaak tegen. Bij elk staan ideeën die je met je trainer kunt oefenen, in techniekdrills en in oefenpartijen onder begeleiding, en een teken dat je er beter mee kunt stoppen. Het zijn mogelijkheden om te toetsen; voorschriften zijn het niet.
- Hij pakt je vast en trekt je hoofd omlaag. Hij wil vroeg de collar tie en gebruikt die om je hoofd naar beneden te trekken, naar een front headlock. Probeer eerst zijn polsen te pakken voordat hij de greep heeft, of val aan terwijl hij ernaar reikt. Laat het idee varen als hij niet meer vastpakt en van afstand schiet, of als de snap-down toch blijft komen.
- Hij schiet van afstand op je benen (vrije stijl). Hij blijft buiten de grepen en schiet een single of double leg zodra jij reikt of instapt. Probeer de afstand te verkleinen met je voeten in plaats van met je handen te reiken, zodat hij niet onder je komt. Houd ermee op als hij gaat vastpakken, of als hij toch bij je benen komt.
- Hij wint aan de rand. Hij drijft je terug en scoort als je bij de rand komt, of pakt punten doordat jij buiten de cirkel stapt. Probeer terug te draaien naar het midden voordat je daar bent, of val aan zodra hij je begint terug te drijven. Stop ermee als zijn punten in het midden gaan vallen, of als je door dat draaien open komt te staan voor zijn aanval.
- Hij rolt je door op de grond. Bovenop sluit hij zijn handen om je middel voor een gut wrench (of zet hij in vrije stijl een leg lace) en rolt hij je meer dan eens door. Probeer je ellebogen tegen je lichaam te houden, zodat hij zijn handen niet om je middel sluit, en kom terug op handen en knieën of op je voeten. Schrap het idee als hij je met iets anders doorrolt, of als je er staand punten door gaat verliezen.
Kies er voor de volgende partij één of twee, en alleen die waar je notities echt naar wijzen.
Vijf kopjes voor elke tegenstander
Op de pagina van een tegenstander heb je aan vijf kopjes genoeg. De eerste twee geven de achtergrond, de laatste drie zijn de antwoorden die wij aanraden.
- Context. Toernooi en ronde, of een oefenpartij op de club; stijl; gewichtsklasse; de omgeroepen uitslag.
- De tegenstander. Stand en voorste kant; de grepen die hij zocht en wat erop volgde; zijn aanvallen, de opzet en welke scoorden; hoe hij verdedigde en counterde; scrambles; de rand; wat hij boven en onder deed; wie het eerst scoorde en wat er daarna veranderde; passiviteitswaarschuwingen en strafpunten.
- Wat werkte. Alles waarmee je scoorde of veilig bleef.
- Wat niet werkte. Hoe hij tegen je scoorde, en wat jij vlak daarvoor deed.
- Volgende keer. Eén of twee dingen om mee te nemen, elk met een duidelijk signaal om het te laten varen.
Herinner je je iets niet meer, vul het dan niet in. Weet je niet precies meer hoe vaak hij iets deed, schrijf dan ‘meermaals’ en verzin geen aantal. Bij een stip op een tekening van de mat schrijf je een paar woorden over de actie en hoe die afliep.
Wij zouden de pagina nog op de dag van de partij invullen, onderweg naar huis of ’s avonds. Zo zouden wij het doen; een onderzoeksresultaat is het niet. In het artikel over wat geheugenonderzoek over wedstrijdherinneringen zegt lees je waarom geen studie precies kan zeggen wanneer de details van een partij wegzakken. Wie liever een paar dagen wacht, vindt in die studies ook geen steun.
Voorbeeld: een pagina na een 4–7-nederlaag
Thijs bestaat niet, en deze partij is nooit geworsteld.
Context: open toernooi, kwartfinale, vrije stijl, -65 kg, tegen Thijs. Verloren met 4–7 op punten.
De tegenstander: versprongen stand, rechts voor. Ging meteen voor de collar tie. Eerste periode: trok vanuit die greep mijn hoofd omlaag, ging naar een front headlock, kwam achter me om en scoorde zo een takedown. Rolde me daarna op de grond één keer door met een gut wrench. Schoot een single leg op mijn voorste been toen ik van te ver naar de collar tie greep. Toen hij voorstond, bleef hij uit de grepen en cirkelde hij weg naar de rand. Kreeg in de tweede periode een passiviteitswaarschuwing.
Wat werkte: als ik als eerste zijn polsen had en zijn handen bezighield, kwam hij niet aan de collar tie. Mijn single leg op zijn voorste been leverde in de tweede periode een takedown op. Ook tegen hem kun je dus scoren.
Wat niet werkte: van te ver naar de collar tie gegrepen, en hij schoot eronderdoor. Te rechtop gestaan in de greep, en hij trok me omlaag naar de front headlock. Onder in par terre zijn gut wrench toegelaten.
Volgende keer: mijn handen op zijn polsen voordat hij de collar tie heeft, en dan de single leg zoals in de tweede periode. Dit plan laten varen als hij niet meer vastpakt en meteen schiet. Als ik onder lig, mijn ellebogen tegen mijn lichaam houden, zodat hij zijn handen niet om mijn middel kan sluiten.
Op deze pagina hangt elk verloren punt vast aan wat er vlak daarvoor gebeurde. Van te ver reiken gaf hem de single leg, te rechtop staan in de greep gaf hem de snap-down, en onder in par terre kreeg hij zijn handen om je middel voor de gut wrench. Ook de takedown uit de tweede periode staat erop, als bewijs dat je tegen Thijs wel degelijk kunt scoren. Het komt allemaal uit één partij. Het zijn aanwijzingen om de volgende keer op te letten; hoe hij dan worstelt, voorspellen ze niet.
Vóór de volgende partij, en erna
Lees de avond ervoor, of zodra de indeling bekend is, wat je over je tegenstander schreef en je drie antwoorden. Kies er één of twee dingen uit om op te letten. Heb je nog tijd, oefen ze dan met je trainer en een trainingspartner, bijvoorbeeld als eerste zijn polsen pakken voordat hij de collar tie heeft, of onder in par terre je ellebogen tegen je lichaam houden.
In de eerste uitwisselingen zie je of hij nog steeds meteen de collar tie zoekt. Misschien is hij sinds jullie vorige partij anders gaan worstelen – en jij misschien ook.
Schrijf daarna op dezelfde pagina op hoe het ging. Hield je plan stand? Wat overviel je? Worstelt hij nu anders, werk dan het stuk over je tegenstander bij.
Wat bij meerdere tegenstanders terugkomt
Leg af en toe de pagina’s van verschillende tegenstanders naast elkaar, en kijk wat er bij ‘Wat niet werkte’ terugkomt. Word je bij meerdere worstelaars vanuit de collar tie omlaaggetrokken, neem die voorbeelden dan mee naar je trainer. Daar kun je op de training aan werken; een zwakte waar je voorgoed aan vastzit, is het niet.
Wat terugkijken op je partijen wel en niet doet, lees je in het overzicht van onderzoek naar reflectie en sportprestaties. Geen van die studies laat zien dat juist het opschrijven sporters beter maakt. Doe je naast worstelen ook aan judo, dan past daar dezelfde soort pagina bij; het artikel over kumi-kata laat zien wat je erop zet.
Een worstelaar in OpponentBook
In het gratis tegenstandersboek van OpponentBook heeft het profiel van een worstelaar velden voor ‘Stijl’ (folkstyle, vrije stijl of Grieks-Romeins, of meer dan één als je hem in verschillende stijlen treft), ‘Gewichtsklasse’, ‘Stand’ (parallel of versprongen) en ‘Voorste zijde’. Daarnaast kun je stijltags toevoegen, zoals ‘Beenaanvaller’, ‘Intensief handgevecht’, ‘Snap-down met directe vervolgaanval’ of ‘Scrambler’.
Elke pin die je bij een partij op een tekening van de mat zet, krijgt een notitie en een van de markeringen ‘Werkte’, ‘Werkte niet’, ‘Gevaarlijk’ of ‘Neiging’. Notities kunnen ook bij vaste posities horen, zoals ‘Tie-up’, ‘Underhook’, ‘Front headlock’, ‘Single leg’, ‘Boven / par terre’ en ‘Onder / par terre’; de app bewaart die los van de pins.
Notities die je synchroniseert, staan in de cloudopslag die je zelf koppelt; OpponentBook bewaart geen kopie van het boek in de accountdatabase. Start je zelf een AI-functie, dan gaat de inhoud die daarvoor nodig is via een server van OpponentBook naar een externe AI-aanbieder. Met optionele end-to-end-versleuteling (E2EE) kan je opslagprovider de versleutelde notities niet lezen; foto’s, video’s en de bestandsmetadata die de opslagprovider kan zien, vallen buiten die bescherming. De uitleg over de privacy van je notities beschrijft dat in detail.
Maak gratis je eigen tegenstandersboek aan.
Denk vanavond aan de laatste worstelaar die van je won. Geef hem een pagina met je drie antwoorden – wat werkte, wat niet werkte en wat je de volgende keer doet – en zet er daarna bij hoe hij tegen je scoorde.


